home  onfo    aanmelden    ons team  contact  nieuws  links  partnersvacatures

 
             Wie kan er bij ons terecht?

1. Kinderen en jongeren (0-19 jaar) met:
(lees meer ...)

- ontwikkelingsstoornissen
- complexe spraak- en taalstoornissen.....

2. Peuters, kleuters, kinderen, jongeren en volwassenen:

Gehoorgestoorde peuters, kleuters, kinderen, jongeren of volwassenen

De gehoorstoornis kan aangeboren zijn of verworven. Het gehoorverlies kan ook blijvend of tijdelijk zijn. Belangrijk in elk geval is het vroegtijdig onderkennen. Gelukkig kan een aangeboren gehoorverlies dankzij de systematische gehoortest door Kind en Gezin al in de eerste levensweken opgespoord worden. Door snelle en aangepaste revalidatie kan het verdovingsproces worden tegen gegaan waardoor de nadelige invloed op de algemene ontwikkeling voorkomen of sterk verminderd wordt.

Een verworven gehoorverlies kan o.a. ontstaan na ziekte, ongeval of langdurig verblijf in lawaaierige ruimtes. Dit zal uiteraard de communicatie en de sociale contacten verstoren. Deze belemmeringen kunnen echter een zodanige impact hebben op het functioneren dat ze aanleiding geven tot psychische problemen. Iemand die minder hoort wat er in zijn omgeving verteld wordt, kan wat achterdochtig worden of zich sociaal gaan isoleren door contacten te vermijden. Tevens valt het niet uit te sluiten dat een verworven gehoorstoornis kan leiden tot een depressie, angsten of een sociaal isolement.   

Kinderen en jongeren (0-19 jaar) die stotteren

Stotteren is een stoornis in het vloeiend verloop van de spreekbeweging.
Dit is goed te onderscheiden van de gewone haperingen die iedereen wel eens vertoont.
Bij stotteren gaat het om ongewild en ongecontroleerd doorbreken van woorden. Hoorbaar zijn dan herhalingen van een klank of lettergreep. Soms worden klanken veel langer gemaakt of zitten de spreekspieren (dikwijls stil) vast.
Stotteren kan sterk variëren; van dag tot dag of in verschillende situaties. Ook reacties van de persoon zelf op het stotteren en reacties van de omgeving kunnen erg  verschillen en het stotteren beïnvloeden.
Iemand kan stotteren met duidelijke fysieke inspanning (bv met de kaak trekken, ogen knipperen, lucht uitblazen,…), of kan proberen het stotteren te vermijden (bv een ander woord gebruiken, minder praten, fluisteren,…).
Op een bepaald moment worden kinderen zich bewust van het stotteren (dit moment varieert van kind tot kind). Doorgaans ontwikkelen zich gedachten en gevoelens over het spreken: het is niet prettig om te spreken, ik kan het niet, ik krijg het warm, als ik maar niet aangeduid word, gaan ze me niet uitlachen?,… Dit kan heel erg gaan wegen op het welbevinden en op het zelfbeeld.
Vroegtijdig inschakelen van professionele hulp geeft de beste resultaten.